| James Fownes Somerville | ||
|---|---|---|
| Geboren | 17 juli 1882 Weybridge | |
| Overleden | 19 maart 1949 Dinder House, Somerset | |
| Rustplaats | St Michael and All Angels Church, Dinder, South West England, Engeland | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1897 – 1945 | |
| Rang | ||
| Eenheid | HMS Britannia HMS Royal Arthur HMS Warspite HMS Sutlej HMS Vernon HMS Marlborough HMS Queen Elizabeth HMS Inflexible Chatham HMS King George V HMS Ajax | |
| Bevel | HMS Benbow HMS Warspite HMS Barham HMS Norfolk East Indies Station Eastern Fleet | |
| Slagen/oorlogen | Eerste Wereldoorlog
| |
| Onderscheidingen | Zie decoraties | |
James Fownes Somerville (Weybridge, 17 juli 1882 – Wells, 19 maart 1949) was een van de bekendste Britse admiraals tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vroegere carrière
Op 15 januari 1897 ging Somerville als kadet bij de Royal Navy en op 15 maart 1904 bereikte hij de rang van luitenant. Hij werd een belangrijke radiospecialist van de marine en diende tijdens de Slag om Gallipoli tijdens de Eerste Wereldoorlog, wat hem de Orde van Voorname Dienst opleverde.
Somerville bleef ook na de oorlog in dienst en promoveerde op 31 december 1921 tot kapitein. Hij voerde het bevel over de HMS Benbow. Van 1925 tot 1927 was hij de directeur van het Admiralty's Signal Department en van 1929 tot 1931 marine-instructeur aan het Imperial Defence College. Hij promoveerde in 1932 tot commodore en op 12 oktober 1933 tot rear admiral.
Van 1936 tot 1938 voerde Somerville het bevel over de torpedojagers van de Mediterranean Fleet en tijdens de Spaanse Burgeroorlog hielp hij Majorca te beschermen tegen de Spaanse republikeinen. Op 11 september 1937 promoveerde hij tot vice-admiraal. In 1938 en 1939 diende hij in Oost-Indië, om vervolgens om medische redenen op rust te gaan.
Europese operaties, 1939-1942
Somerville werd in 1939 vanwege de Tweede Wereldoorlog in speciale dienst teruggeroepen uit pensioen en in het volgende jaar deed hij belangrijk werk voor de ontwikkeling van de radar in de marine. Hij diende onder admiraal Bertram Ramsay en hielp mee bij de organisatie van Operatie Dynamo.
Zijn volgende missie was als marinecommandant op de HMS Hood van de nieuwe gevormde Force H met als basis Gibraltar. Toen maarschalk Philippe Pétain op 22 juni 1940 een wapenstilstand sloot met Duitsland, gaf Winston Churchill Somerville de opdracht om de Franse vloot in Mers-el-Kébir in Noord-Afrika te neutraliseren, als onderdeel van de Operatie Catapult. Wanneer de Fransen zouden weigeren hun schepen over te geven of te demilitariseren, diende geweld te worden gebruikt. Churchill schreef hem:
- U bent belast met een van de meest onaangename taken waarmee een Britse admiraal ooit is geconfronteerd, maar we hebben het volste vertrouwen in u en vertrouwen erop dat u het meedogenloos zult uitvoeren.
Hoewel hij persoonlijk meende dat deze instructies een vergissing waren, voerde Somerville ze uit. Op de afwijzing van de Franse bevelvoerder Marcel Gensoul antwoordde hij door het vuur te openen op de voor anker liggende vloot. Zijn aanvalsmacht bracht zware schade toe en kelderde onder meer het slagschip Bretagne. Diverse andere Franse schepen werden beschadigd tijdens het bombardement. De operatie was een succes ten koste van bijna 1300 Franse levens.
Als hoofd van Force H organiseerde Somerville op 9 februari 1941 het bombardement op Genua en speelde hij ook een belangrijke rol in de achtervolging en tot zinken brengen van het Duitse slagschip Bismarck op 26 mei 1941. Hij was voorts betrokken bij de bescherming van een aantal konvooien naar Malta en Egypte. Hij ontving in 1941 de Orde van het Britse Rijk voor het succes van Force H.
Indische Oceaan, 1942-1944
Somerville werd in maart 1942 commandant van de British Eastern Fleet als vervanger van admiraal Geoffrey Layton. Sinds de overgave van Singapore had de Eastern Fleet haar basis in Trincomalee op Ceylon, maar Somerville was ontevreden met de veiligheid van de basis en hij beval de bouw van een alternatieve basis op het Addu-atol in de Malediven. Door de Japanse opmars door Birma en de verovering van de Andamanen werd het grootste deel van de vloot gedwongen zich te verplaatsen naar het Addu-atol en naar Kilindini in Oost-Afrika.
Toen in april de Aanval in de Indische Oceaan door admiraal Chuichi Nagumo losbarstte, bleek dat Somerville een wijze beslissing had genomen door de basis van Trincomalee te verplaatsen. Na de tot zinking brengen van een vliegkampschip en twee kruisers probeerde hij om de Japanse vloot te onderscheppen, maar faalde.
In 1944 kreeg Somerville versterkingen die hem toelieten een offensief van luchtaanvallen in te zetten op het door de Japanners bezette Nederlands-Indië. Deze ervaring zou de vliegeniers van de marine later van pas komen in de Pacific.
Latere carrière
Somerville werd in augustus 1944 vervangen door admiraal Bruce Fraser als bevelhebber van de Eastern Fleet. Twee maanden later werd hij van 1944 tot december 1945 aan het hoofd geplaatst van de Britse Admiraliteitsdelegatie in Washington D.C., waar hij tot verrassing van iedereen een goede relatie wist op te bouwen met de notoire anti-Britse admiraal Ernest King, het Amerikaanse hoofd van Marine Operaties.
Hij promoveerde op 8 mei 1945 tot Admiral of the Fleet en ging vervolgens met pensioen. Hij werd in augustus 1946 Lord Lieutenant of Somerset en leefde met zijn familie in Dinder House, waar hij op 19 maart 1949 stierf.
Militaire loopbaan
- Naval Cadet: 1897[1]
- Midshipman: 15 juni 1898[1]
- Sub-Lieutenant: 15 december 1901[1]
- Lieutenant: 15 maart 1904[1]
- Lieutenant-Comander: 15 maart 1912[1]
- Commander: 31 december 1915[1]
- Captain: 31 december 1921[1]
- Rear Admiral: 12 oktober 1933[1]
- Vice Admiral: 11 september 1937[1]
- Admiral: 6 april 1942[1]
- Admiral of the Fleet: 8 mei 1945[1]
Decoraties
- Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad op 22 augustus 1944[1]
- Ridder Commandeur in de Orde van het Bad op 8 juni 1939
- Lid in de Orde van het Bad op 1 januari 1935
- Ridder Grootkruis in de Orde van het Britse Rijk op 1 januari 1946[1]
- Ridder Commandeur in de Orde van het Britse Rijk op 21 oktober 1941[1]
- DSO op 14 maart 1916
- Commander in het Legioen van Verdienste op 14 december 1945[1]
- Dagorder op 14 maart 1916 en 16 augustus 1940 (wegens uitmuntend dienstbetoon bij de evacuatie van de Geallieerde legers van de stranden bij Duinkerken.)[1]
- Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau op 7 augustus 1945 (wegens uiterst waardevol dienstbetoon aan de Koninklijke Nederlandse Marine in zijn hoedanigheid als Opperbevelhebber van de Oostelijke Vloot.)[1]
- Ridder van Justitie en Gratie in de Orde van Sint-Jan op 23 december 1946
- A biography of Admiral Somerville (H.M.S. Hood Association website).
- Transcription of official service record (admirals.org.uk)
- Donald MacIntyre, Fighting Admiral: The Life of Admiral of the Fleet Sir James Somerville (Evans Brothers, London, 1961)
- James Somerville, The Somerville Papers: Selections from the Private and Official Correspondence of Admiral of the Fleet Sir James Somerville, GCB, GBE, DSO (Navy Records Society, London, 1996)
- Bibliothèque nationale de France: cb12497875s (data)
- Gemeinsame Normdatei: 119341360
- International Standard Name Identifier: 0000 0000 3526 7494
- Library of Congress Control Number: n95003738
- Nationale Bibliotheek van Israël: 987007399792605171
- Nederlandse Thesaurus van Auteursnamen: 144244578
- SNAC: w6hv7tmr
- Virtual International Authority File: 24705910
- WorldCat: E39PBJxt3fPypFmfkj34pDdRKd