ZELLE, Margaretha (Mata Hari)

Zie Mata Hari (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Mata Hari.
Mata Hari
Mata Hari, omstreeks 1910
Mata Hari, omstreeks 1910
Achtergrondinformatie
Volledige naam Margaretha Geertruida Zelle
Geboren 7 augustus 1876
Overleden 15 oktober 1917
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Jaren actief 1905-1917
Beroep(en) Exotische danseres
Bekend van Gefusilleerd voor vermeende spionage
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Handtekening van Margaretha Geertruida Zelle
Handtekening als Mata Hari

Mata Hari (Maleis voor 'Oog van de Dag' ofwel 'zon'), pseudoniem van Margaretha Geertruida Zelle (Leeuwarden, 7 augustus 1876 – Vincennes, 15 oktober 1917), roepnaam Griet of Gretha, gehuwde naam MacLeod, was een Nederlandse exotische danseres en courtisane.

Margaretha Zelle groeide op in Leeuwarden. Op jonge leeftijd trouwde ze met Rudolph MacLeod, officier van het Nederlandsch-Indische leger. Het huwelijk verliep ongelukkig en werd overschaduwd door de dood van hun zoontje, waarna het uiteindelijk op een scheiding uitliep.

Na haar terugkeer in Europa vestigde ze zich in Parijs, waar ze vanaf eind 1904 onder de artiestennaam Mata Hari internationale bekendheid verwierf met oosters geïnspireerde dansvoorstellingen. Ze presenteerde zich als een mysterieuze vrouw van exotische afkomst en groeide uit tot een van de bekendste artiesten van de Belle Époque. Naast haar optredens maakte ze naam als courtisane en onderhield ze relaties met invloedrijke militairen, diplomaten en andere societyfiguren.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam Mata Hari in contact met de Duitse en Franse inlichtingendiensten. In 1917 werd ze door een Frans militair gerechtshof wegens spionage voor Duitsland ter dood veroordeeld en gefusilleerd, ondanks gebrek aan concreet bewijs.

Of Mata Hari daadwerkelijk als spion werkzaam was, is nog altijd onderwerp van historisch debat. De meeste historici vermoeden dat ze weinig tot geen belangrijke militaire informatie doorspeelde en dat haar veroordeling mede werd beïnvloed door de gespannen oorlogsomstandigheden en haar reputatie en levensstijl, waardoor ze een geschikte zondebok vormde. Haar levensverhaal inspireerde talloze films, romans, biografieën en het archetypische beeld van de femme fatale.

Bronnen en historische betrouwbaarheid

Historische beschrijvingen van Mata Hari bevatten zowel gedocumenteerde gebeurtenissen als verhalen die moeilijk te verifiëren zijn. Tijdens haar carrière als danseres vertelde zij journalisten uiteenlopende verhalen over haar afkomst en jeugd. Ook latere biografen hebben haar leven verschillend geïnterpreteerd. Historica Marijke Huisman beschrijft hoe de beeldvorming over Mata Hari veranderde en hoe haar vader Adam Zelle met zijn publicatie over haar huwelijk het beeld van haar voormalige echtgenoot beïnvloedde.[1]

Vooral de beoordeling van haar spionageactiviteiten veranderde in de loop van de twintigste eeuw. Biograaf Sam Waagenaar achtte haar aanvankelijk onschuldig aan spionage voor Duitsland, maar herzag zijn oordeel nadat Duitse documenten bekend werden. Hij bleef betwijfelen of zij belangrijke informatie had verstrekt. De vraag of Mata Hari voor de Duitse inlichtingendienst werkte, moet daarom worden onderscheiden van de vraag welke militaire betekenis haar activiteiten hadden.[1]

Een deel van de brieven die Mata Hari tijdens haar gevangenschap schreef, is terug te vinden in haar dossier bij de Service historique de la Défense (SHD), gevestigd in het Kasteel van Vincennes bij Parijs. Andere brieven kwamen later aan het licht op veilingen. Het dossier van Mata Hari bij het Deuxième Bureau, destijds de Franse inlichtingendienst, en het daarboven geplaatste Cinquième Bureau ontbreekt. De verhoren, brieven en overige processtukken beslaan samen meer dan tweeduizend pagina's. In 2001 publiceerde Jean-Pierre Turbergue deze stukken onder de titel Mata-Hari: le dossier secret du Conseil de Guerre.[2]

Jeugd en vroege loopbaan

Voorouders

Vermoedelijk komen Zelles voorouders van vaderskant uit Celle in Nedersaksen. Haar betovergrootvader was Herman Otto Zelle (1744-1807), die waarschijnlijk geboren is in Rheda, Westfalen. Herman vestigde zich rond 1770 in Leeuwarden en kocht in 1793 het pand op Over de Kelders 28. Hij was wever en later 'bontreder' (fabrikant van bont textiel).[3]

Hermans zoon Adam Zelle (1785-1862) woonde en werkte als meubelmaker aan Voorstreek 12, opgevolgd door zijn zoon Gerrit Jans (1831-1901). Adams oudste zoon Cornelis (1812-1880) nam het textielbedrijf van zijn schoonvader Coenraad Hamstra aan de Kelders 33 over. Hier werd Adam Zelle Corneliszoon (1840-1910) geboren.[3]

Van moederskant is ze van Friese afkomst.[4]

Jonge jaren

Margaretha Geertruida Zelle op jeugdige leeftijd

Margaretha Zelle werd op 7 augustus 1876 geboren aan de Kelders 33 in Leeuwarden als dochter van Adam Zelle Corneliszoon (1840-1910), een winkelier in hoeden, en Antje van der Meulen (1842-1891).[a] Ze had drie jongere broers: Johannes Hendricus (1878) en de tweeling Arie Anne en Cornelis Coenraad (1881).[6][7]

Zelle ging naar de Hofschool aan het Raadhuisplein 25, voor kinderen van welgestelde ouders. Tot haar 13e kreeg ze Franse, Duitse en Engelse privélessen. Daarnaast volgde ze danslessen bij Herman de Jong, die een dans- en muziekschool had voor welgestelde kinderen aan de Sint Jacobsstraat 35. Zelle leerde er polka's, mazurka's en walsen.[3] Ze volgde daarna onderwijs aan de middelbare meisjesschool (MMS) tot kort voor haar 15e jaar.

In de periode 1883-1889 woonde de familie in een riant pand aan de Grote Kerkstraat, op nummer 212. Haar vader ging in februari 1889 failliet. Hij moest zijn woonhuis en winkelhuis aan de Grote Kerkstraat, inclusief de volledige inboedel, verkopen.[b][c][7]

Kort daarna scheidden haar ouders van tafel en bed.[10] In juli 1889 verhuisde haar moeder met de vier kinderen naar een bovenwoning aan de Willemskade 30.[3] In september 1890 scheidden haar ouders van goederen.[6] Vader werd uit de ouderlijke macht gezet en verhuisde naar Amsterdam. Twee jaar later, in mei 1891, stierf haar moeder aan tbc. Margaretha Zelle ging daarop op 15-jarige leeftijd bij haar tante van vaderskant, Huberdina, en haar peetoom en voogd, de koopman Roelof Visser, in Sneek wonen.[6][7][11] In 1893 hertrouwde haar vader in Amsterdam met Susanna Catharina ten Hoove.

Roelof Visser besliste dat Zelle een dure vervolgopleiding van 500 gulden per jaar in Leiden ging volgen: de Kweekschool voor Bewaarschoolhouderessen.[d] Ze werd er op 3 november 1892 ingeschreven, drie maanden na haar 16e verjaardag. Zij konden na vier jaar een akte 'onderwijzeres aan bewaarscholen' behalen. De opleiding stopte echter voor Zelle toen de directeur avances maakte.[7]

Na haar voortijdig vertrek van de kweekschool woonde ze bij haar tante van vaderskant Geertruida en oom Pieter Wijnouts Taconis en in Den Haag aan de Koningin Emmakade en later aan de Regentesselaan 79.[6][7]

Huwelijk en periode in Amsterdam

Toen Zelle 18 jaar was, reageerde ze op een contactadvertentie[12] van de ruim twintig jaar oudere Rudolph MacLeod, officier bij het Nederlandsch-Indische leger. Rudolph ('John') MacLeod was een lid van de Nederlandse tak van de Schotse familie MacLeod.[7][1] Hij was op 1 maart 1856 geboren te Heukelom, als zoon van kapitein John Brienen MacLeod en Dina Louise barones Sweerts de Landas.[13]

Rudolph MacLeod trad op jonge leeftijd toe tot het Nederlandse leger en vertrok op 21-jarige leeftijd als tweede luitenant naar Nederlands-Indië. Daar nam hij deel aan de Atjehoorlog, waarvoor hij het Atjeh-kruis ontving. In augustus 1894 keerde hij met verlof terug naar Nederland, ernstig verzwakt door reuma en suikerziekte.[1]

Zelle had, naar eigen zeggen, van jongs af aan al een voorliefde voor mannen in uniform gehad en mannen die niet tot het leger behoorden, hadden haar nooit geïnteresseerd.[e]

Margaretha Zelle, ca. 1895

Ze stuurde een foto mee. Zelle had een erfenis van haar moeder, ƒ 10.000,-. Hiervan was een deel gebruikt voor haar opleiding in Leiden en voor kost en inwoning bij haar oom en tante thuis in Den Haag. Ze deed zich in het begin voor als wees. Pas toen de huwelijksdatum dichterbij kwam, moest ze haar vader om toestemming vragen, want ze was nog minderjarig. Ze waren al een week na de eerste ontmoeting verloofd, gingen op 21 juni 1895 in ondertrouw en huwden op 11 juli 1895.[14] Zelle was weggelopen bij haar oom en tante in Den Haag en bij haar aanstaande schoonzuster ingetrokken. Ze verhuisden in 1896 naar de Jacob van Lennepkade 63 in Amsterdam, en in oktober naar nummer 61.

Het huwelijk bracht Zelle in de Haagse 'betere standen'. Het had haar financiële stabiliteit kunnen bieden, maar door de verkwisting van haar man was er voortdurend geldgebrek. MacLeod had de beschikking over haar vermogen.

Op 30 januari 1897 werd hun zoon Norman John MacLeod geboren. Op 1 mei 1897 vertrok het gezin MacLeod naar Java in Nederlands-Indië aan boord van de ss Prinses Amalia.[15]

Periode in Nederlands-Indië

Zelle trok tijdelijk in bij de familie Van Rheede, een ander Nederlands officiersgezin. Tijdens die maanden bestudeerde ze de Indische tradities en cultuur, bij opvoeringen van de Mahabharata en Ramayana. Ze werd ook lid van een lokale dansgroep. In 1897 gebruikte ze voor het eerst de artiestennaam 'Mata Hari', Maleis voor Oog van de Dag ofwel zon.

Haar debuut op het toneel was in de komische operette De Kruisvaarders, die werd uitgevoerd voor de Tooneel en Muziekvereeniging Thalia in de Sociëteit Concordia in het legerkamp in Malang. Zelle speelde in een heropvoering tijdens de feesten ter ere van de troonsbestijging van Wilhelmina (1898) de Engelse koningin, de bedrogen echtgenote van Richard Leeuwenhart.[16]

Op 2 mei 1898 werd te Malang hun dochter Louise Jeanne MacLeod ('Nonnie', naar nona, meisje in het Maleis) geboren.[f] Op 27 juni 1899 overleed hun zoon Norman John te Medan, wellicht door een rijst- of kwikvergiftiging. Mogelijk heeft de baboe de kinderen vergiftigd. Een andere verklaring is dat de dosering van een kwikbehandeling tegen syfilis een rol heeft gespeeld.[g] Zelle en haar dochter werden later ook behandeld tegen de geslachtsziekte, die haar echtgenoot Rudolph aan hen had overgedragen. Wegens toenemende huwelijksproblemen besloot het echtpaar MacLeod in 1902 naar Nederland terug te keren. Nog datzelfde jaar volgde een scheiding van tafel en bed. De echtscheiding werd uitgesproken bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Arnhem op 26 april 1906.[18]

Periode 1902-1904

In april 1902 was het gezin terug in Amsterdam. Zelle wilde een nieuw leven beginnen en toneellessen nemen. Op 26 augustus 1902 vertrok MacLeod van huis met dochter Non 'om een brief op de post te doen' en keerde niet terug.[19] Hij bracht hun dochter onder in Velp bij vriend en huwelijksgetuige kapitein Lambert Pieter van Mourik en diens vrouw Elise Murkens. Een dag later nam Zelle een advocaat in de arm. Voor het eerst verklaarde ze zich slachtoffer van mishandeling binnen het huwelijk. Op 29 augustus stond het echtpaar voor de rechtbank voor de behandeling van Zelles verzoek tot ontbinding van het huwelijk vanwege 'overspel, mishandeling, buitensporigheden en beledigingen.' MacLeod legde een verklaring af bij advocaat Lodewijk Willem van Gigch. Daarin beschuldigde hij zijn vrouw ervan hun dochter te verwaarlozen en niets aan het huishouden te doen. Ook beweerde hij dat ze zich wuft en lichtzinnig gedroeg, seksuele relaties met andere mannen had en hem in het openbaar uitschold. Volgens hem had ze bovendien tegen hun dochter gezegd: 'Kind, je vader is een grote ploert, hij is alweer dronken.'[20] Van Gigch had zelf ervaren hoe MacLeod zijn vrouw in het openbaar had uitgescholden en legde een verklaring in haar voordeel af. Er werd 'subsidiair tot scheiding van tafel en bed' besloten. De eiseres werd op alle punten in het gelijk gesteld en Non werd haar toegewezen. MacLeod moest haar ƒ100,- per maand alimentatie betalen.

Zelle en haar dochter trokken in bij MacLeods aangetrouwde nicht baronesse Antoinette Goedvriend-Sweerts de Landas in Arnhem. MacLeod adverteerde in Het Nieuws van den Dag: 'Waarschuwing. Een ieder wordt gewaarschuwd geen gelden of goederen af te geven aan Mevr. MAC-LEOD, geb. ZeLLE, daar ondergeteekende zich voor niets aansprakelijk stelt. R. Mac-Leod. Amsterdam, 28 aug. 1902.'[21][22] Het bericht verscheen ook in de Arnhemsche Courant.[23] Zelle schreef een jaar later aan haar neef Edward MacLeod: 'ik was geschandaliseerd terwijl ik nooit nog iets had gekocht op zijn naam.'

Zelle verhuisde binnen een week naar Hotel de Roskam in Worth-Rheden. In februari 1903 stopte MacLeod de alimentatie, omdat hij failliet dreigde te gaan. In de zomer verhuisde Zelle naar Scheveningen naar haar vriendin Margaretha Anna Odile Jintens, een gescheiden vrouw en prostituee. MacLeod wilde zijn vrouw op overspel betrappen en liet haar bespioneren om haar geen toelage meer te hoeven betalen. De dames huurden een statig pand aan de Van Swietenstraat 88 in Den Haag, maar er konden geen bewijzen worden gevonden dat Zelle zich prostitueerde.

Begin oktober vertrok Zelle naar Parijs. Ze schreef op 29 oktober 1903 aan neef Edward MacLeod: 'Waarde neef, Johns gedrag is zoodanig dat ik tusschen beiden met recht geloof met een waanzinnige te doen te hebben, maar dat neemt niet weg dat ik als getrouwde vrouw op straat sta zonder een cent en mezelf moet redden.'[24] Ze poseerde voor de schilder Octave Guillonnet als de Romeinse femme fatale Messalina. Ze deed auditie als amazone in het circus van Ernst Molier, maar dit mislukte.

Op 16 februari 1904 trok ze weer in bij haar oom en tante op de Regentesselaan 79 in Den Haag. Ze repeteerde in de Tivoli Schouwburg aan de Coolsingel in Rotterdam bij regisseur Henri Brondgeest, een bekende van Edward MacLeod. Ze kreeg een rol van 'een oud wijf in een afgezaagd stuk',[25] Salomé van Oscar Wilde. Ze ging er weg en probeerde tevergeefs een rol te krijgen in het blijspel De schoolrijdster van het Nederlandsch Tooneel in Amsterdam. Mr. J. Kappeyne van de Coppello deed nog om niet een vergeefse poging om alimentatie bij MacLeod los te krijgen. Zelle verbleef nog negen weken bij oom en tante en probeerde wanhopig werk te vinden. Ze schreef op 27 maart 1904 aan Edward MacLeod: 'Denk niet dat ik slecht ben in mijn hart, ik doe het alleen of liever heb het gedaan uit armoede.'[26]

Loopbaan als exotische danseres

Doorbraak als danseres

Optreden in het Musée Guimet in Parijs (1905)
Shiva, 'Heer van de Dans', uit Tamil Nadu, Chola periode, 11e eeuw, Musée Guimet, Parijs

Van een hooggeplaatste heer uit Indië kreeg Zelle geld om weer naar Parijs te gaan. Eind 1904 begon ze met het opvoeren van de exotische dansen waarmee ze uiteindelijk beroemd zou worden. Ze nam nu permanent de naam Mata Hari aan.

Zelle had een baan als amazone in circus Molier toen een Franse diplomaat die ze kende uit Den Haag haar voorstelde aan Madame Kiréevsky.[27] Kiréevsky organiseerde thuis liefdadigheidsavonden en kamerconcerten voor de Russisch-Parijse elite. Op 28 december 1904 kondigde een bericht in het Franse dagblad Le Figaro aan dat 'de beroemde danseres Mata-Hari' haar 'indrukwekkende dansen' zou uitvoeren tijdens de oud-en-nieuwsoirée in de salon van Madame Kiréevsky.[28]

Mata Hari debuteerde op 13 maart 1905 met haar act in de bibliotheek van Musée Guimet en haar optredens werden meteen een succes.[29] Het Musée Guimet was een museum van Aziatische kunst en religies. De spirituele avonden sloten aan bij de naweeën van de Romantiek, toen in het Westen de belangstelling voor oosterse beschavingen en filosofieën toenam.[30]

Mata Hari's optredens maakten deel uit van een bredere ontwikkeling in de Europese theaterdans aan het begin van de twintigste eeuw. Net als tijdgenoten zoals Isadora Duncan en Ruth St. Denis week zij af van de traditionele balletkunst. Haar voorstellingen sloten aan bij de toenemende Europese belangstelling voor Aziatische culturen en religies.[31]

Die voorstellingen hielden in dat Mata Hari drie Javaanse dansen danste, begeleid door gamelanmuziek: een hommage aan Vishnu, een krijgsdans voor Subrahmanya en een tweede krijgsdans, het Gebed tot Shiva.[32][33]

Twee echte devadasi's in Tamil Nadu, Zuid-India, foto, 1920

Mata Hari trad op tijdens kunstenaarsfeesten in Montmartre en in voorname salons in de internationale wijk, tussen de Champs-Élysées, de Arc de Triomphe en de Bois de Boulogne.[34]

Voor haar optredens creëerde Zelle een exotisch artiestenimago. Ze vertelde journalisten onder meer dat ze op Java in een tempel was opgegroeid en presenteerde haar voorstellingen als oosterse dansen. Deze verhalen over haar jeugd waren verzonnen en droegen bij aan het publieke beeld van Mata Hari.[1] Ze sprak met een zwaar accent en begon gesprekken vaak met de zin: "In mijn jeugd, toen ik voor de radja's danste, aan de oevers van de Ganges..." Ze werd beschreven als: slank, groot en weelderig van vormen, met een klassiek profiel en met te grote zwarte ogen, haar huid van een lichte goudachtige bronskleur.[34]

Kenmerkend voor haar optredens waren de doorschijnende sluiers die ze tijdens het dansen geleidelijk verwijderde. Daarbij droeg ze een rijk versierde hoofdtooi, exotische sieraden en metalen borstplaten. Deze kostuums groeiden uit tot een handelsmerk van Mata Hari.[35] Tijdens haar optredens bleven haar borsten altijd bedekt door de borstplaten, ook wanneer ze de overige kleding aflegde.[36]

In 1905 voerde Mata Hari wel 35 maal haar 'danses hindoues' op. De nieuwe choreografie 'Le Rêve', bedoeld voor een breder publiek, was op 18 augustus 1905 in het Olympia geen succes.[37]

Nadat de Gil Blas een lovende beschrijving van haar danskunst had gegeven, begon Mata Hari spoedig daarna op te treden in variététheater Les Ambassadeurs en vervolgens in allerlei Parijse cafés.[34]

Mata Hari verwierf in deze stad grote bekendheid met haar uitvoeringen.[38] Een ooggetuige schreef hierover: "Zij was toen een verblindend mooie vrouw en zij maakte een parodie van de karaktervolle Indische dans, maar dat merkten de Fransen niet eens. (...) Zij was een rijpe vrouw, mooi, van een wellustige zinnenbedwelmende schoonheid."[39]

Er werd geld verdiend aan foto's en ansichtkaarten van haar in weinig bedekkende uitdossing, ondanks dat ze daar zelf geen toestemming voor had gegeven. De beelden en haar proces tegen de betreffende fotograaf leverden haar vermoedelijk nog meer bekendheid op.[38]

Zes maanden na haar debuut kreeg Mata Hari ook internationale populariteit.[40] Tussen haar optredens in Parijs door gaf zij gastvoorstellingen in enkele steden in Europa en Amerika,[34] waaronder optredens in Wenen, Monte Carlo en Madrid.[41]

Latere optredens en teruglopende bekendheid

Hoewel Mata Hari ook buiten Parijs bleef optreden, nam haar bekendheid vanaf 1907 af. Ze werd overschaduwd door andere danseressen, onder wie Colette, die enige tijd later op hun beurt concurrentie kregen van de opkomende Russische balletten.[42] Enkele jaren na haar debuut waren er ten minste tien danseressen in Parijs die haar dansen imiteerden. Mata Hari had grote moeite om er een comeback te maken.[43]

Naarmate haar populariteit als danseres afnam, richtte Mata Hari zich steeds meer op het mondaine leven. Ze onderhield relaties met vermogende mannen die haar financieel ondersteunden en bleef op zoek naar nieuwe minnaars.[42] In haar huis in Neuilly-sur-Seine genoot ze van haar verworven bekendheid en rijkdom. Ze ontving er musici, dichters, officieren, advocaten en ambassadeurs. Mata Hari dineerde in chique restaurants, had twee renpaarden en woonde vele recepties bij.[44]

Vanaf eind 1911 trok Mata Hari volle zalen in Teatro alla Scala in Milaan.[45][46] In 1915 trad ze in Nederland op bij een opvoering van de Franse opera op het Leidseplein in Amsterdam. In die tijd hadden het publiek in Amsterdam al geruchten bereikt over haar fabelachtige rijkdom, over een kasteel waarin ze zou wonen dat ooit aan Madame de Pompadour had toebehoord, en over moeilijkheden die ze bij het uitbreken van de oorlog in Berlijn zou hebben ondervonden. Mata Hari zou tijdens de voorstelling een oud Frans menuet dansen op muziek van Couperin en trad op in een laat-achttiende-eeuwse japon. De dans stelde verschillende liefdesscènes voor, maar het publiek was enigszins teleurgesteld dat ze niet had opgetreden in de gewaden die men uit de verhalen uit Parijs kende.[47]

Eerste Wereldoorlog en spionage

Berlijn

Adolphe Messimy, 1914

Op 6 januari 1914 verliet ze Parijs. In de lente van 1914 werd ze in Berlijn gesignaleerd. Mata Hari kreeg vanaf mei 1914 een contract in het Metropol-Theater.[48] Ze was van plan zes maanden te blijven. Haar toenmalige geliefde, de Duitse luitenant Alfred Kiepert, vertelde haar dat ze elkaar spoedig weer in Parijs zouden ontmoeten. Ze zou daaruit hebben afgeleid dat er een Duitse oorlogsverklaring aankwam en deze informatie hebben doorgespeeld aan haar vorige minnaar in Parijs, Adolphe Messimy, toen minister van Oorlog. Duitsland verklaarde op 1 augustus 1914 Rusland de oorlog en op 3 augustus Frankrijk.[49]

Nederland

Ze ging met de trein naar Nederland terug en verbleef in het Victoria Hotel in Amsterdam, op kosten van de Amsterdamse bankier Will van der Schalk. Ze was 38 jaar en berooid.[50] Mata Hari trad in contact met de Koninklijke Schouwburg in Den Haag en er werd overeengekomen dat ze vier optredens zou geven, in Den Haag, Arnhem en Amsterdam. In december 1914 trad ze in Den Haag op en de recensies waren positief, maar in Arnhem, waar ook haar ex-man in de zaal zat, was men kritischer.[51]

Mata Hari vond een andere man die haar kon onderhouden, de baron Eduard Willem van der Capellen (1863-1935). Hij was veertien jaar ouder dan zij.[52] Ze verhuisde naar Den Haag en huurde op kosten van Van der Capellen op 1 februari 1915 het pand aan de Nieuwe Uitleg 16. Haar dochter Non was 16 jaar en woonde 'en pension' in Den Haag. Ondanks herhaalde pogingen om haar te ontmoeten, heeft Mata Hari haar kind nooit meer teruggezien.[53]

Mata Hari ontmoette in de winter van 1914-1915 ook de kunstenaar Piet van der Hem (1885-1961). Hij maakte in zijn atelier aan het Sarphatipark een aantal portretten van haar, in eigentijdse kledij en in een jurk in 18e-eeuwse rococostijl. Uit een briefwisseling blijkt dat Van der Hem en Mata Hari een intieme relatie hadden.[54]

'Oberst' Walter Nicolai, chef van de Duitse inlichtingendienst

Mata Hari volgde een zevendaagse cursus spionage in Duitsland. Op 3 mei reisde ze samen met haar dienstbode Anna (Johanna Hubertina Lintjens) naar Duitsland. Majoor 'Oberst' Walter Nicolai zou de nieuwe rekruut in het Keulse Dom-Hotel hebben ontvangen. Kapitein Roepell was zijn ondergeschikte, die in 1918 de leiding zou krijgen van het Duitse spionagecentrum in Den Haag. Roepell nam haar mee naar Frankfurt voor 'een cursus politiek-militair onderricht.' Zijn collega, Elsbeth Schragmüller ('Fräulein Doktor' of 'Mademoiselle Docteur' vanwege haar 'strenge' bril), bracht haar observatietechnieken bij en schrijven met onzichtbare inkt (eerst citroensap, later kwikoxycyanide). Vijfentwintig jaar later noemde Schragmüller haar 'beroemdste' rekruut 'niet opgewassen tegen haar taak' en 'haar grootste mislukking'.[55]

Ze kon niet aarden in Den Haag en wilde terug naar Parijs. Henri-François Petitpied gaf haar op 27 november 1915 haar visum, dat een jaar geldig was. Ze reisde via Engeland en toen ze aan boord ging om naar Parijs te vertrekken, werd ze aangehouden. Er werd niets verdachts bij haar gevonden. MI5 legde niettemin een persoonlijk dossier over Mata Hari aan onder nummer 2917.[56] Twee maanden later liet Scotland Yard in een geheim memo aan diverse ministeries en zeven havenplaatsen in Engeland en Frankrijk weten dat ze bij een volgend bezoek aan Brits grondgebied moest worden gearresteerd.[57] Op 3 december 1915 betrad ze het Grand Hôtel aan de Boulevard des Capucines, 12. Ze kon in Parijs geen nieuw theatercontract krijgen. Ze checkte op 10 januari 1916 uit, betaalde de rekening niet en vertrok vanaf Gare d'Orsay naar het zuiden. Ze werd toen al door de Franse inlichtingendienst in de gaten gehouden. Ze bracht een kort bezoek aan Madrid en Barcelona en nam vanuit Lissabon op 24 januari de boot terug naar Den Haag.

Volgens informant T (Richard Bolton Tinsley, directeur van de Uranium Steamship Company) werd Mata Hari ervan verdacht in Frankrijk een opdracht voor de Duitsers te hebben uitgevoerd en ze zou 15.000 frank van de Duitse ambassade hebben ontvangen. De Haagse procureur-generaal Tarquinius Johannes Noyon gaf politie-inspecteur Gerardus Leendert van Exel opdracht te posten voor het huis van Mata Hari aan de Nieuwe Uitleg.

Parijs

Mata Hari aan boord van de Zeelandia (1916)
Grand Hôtel, Parijs, anno 2011

Op 14 maart 1916 vroeg ze opnieuw Petitpied haar papieren in orde te maken voor Parijs. Ze kreeg op 15 mei haar paspoort en op 20 mei ook een visum voor Spanje. Een Brits visum kreeg ze niet. Ze ging op 24 mei met de Zeelandia via Spanje naar Frankrijk. Omdat ze op een Engelse lijst van verdachten stond, mocht ze aanvankelijk in Hendaye niet doorreizen, maar op 16 juni kon ze toch de trein naar Parijs pakken. Op 18 juni nam ze weer haar intrek in het Grand Hôtel. Twee politie-inspecteurs, Georges Lucien Alfred Tarclet en Henri Monier, volgden haar vanaf 18 juni 1916 tot 13 januari 1917, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ze openden haar brieven, luisterden haar telefoon af en maakten een dagelijks verslag. Ze betrapten haar nooit op spionage, zelfs niet op een poging daartoe.[58] Ze ontmoette Jean-Hélie Hallaure, die voor het ministerie van Oorlog werkte en een medewerker was van kapitein Georges Ladoux, hoofd van het Deuxième Bureau van de Franse inlichtingendienst. Ze aanvaardde het aanbod van Frankrijk om een miljoen te verdienen met spionagewerk.

Op 30 juli verliet ze het Grand Hôtel met de Russische reservekapitein Vadim Maslov. Hij was geboren in Odessa en was 22 jaar, achttien jaar jonger dan Mata Hari. Hij was door mosterdgas gewond geraakt aan zijn keel en herstelde tijdens zijn verlof uit De Panne in het Grand Hôtel. Op 4 augustus keerde hij terug naar het front in Reims. Ze ging op 7 augustus het Deuxième Bureau binnen en kreeg van kapitein Ladoux een vrijgeleide om naar Vittel te vertrekken. Kapitein Maslov liep na een Duitse gifgasaanval een verwonding op aan zijn linkeroog en de geliefden ontmoetten elkaar in het Grand Hôtel van het thermale park van Vittel. Ze bleef nog een dag of tien nadat zijn verlof was afgelopen en was op 17 september terug in Parijs. Ze kreeg van Ladoux een opdracht in Spanje om haar daar in de val te kunnen lokken.[59]

In november 1916 reisde Mata Hari via Spanje naar Nederland. Ze ging aan boord van het Nederlandse stoomschip Hollandia, dat onderweg werd gecontroleerd in Falmouth. De Britse autoriteiten hielden haar aan omdat zij haar aanvankelijk aanzagen voor de Duitse spionne Clara Benedix. Mata Hari werd naar Londen gebracht, waar ze werd ondervraagd. Bij het onderzoek werden geen belastende voorwerpen aangetroffen.[60][61] Tijdens haar verhoor verklaarde Mata Hari dat zij voor de Franse inlichtingendienst werkte onder leiding van Georges Ladoux. De Britse autoriteiten namen daarop contact op met Ladoux. Volgens de Britse inlichtingendossiers verklaarde hij dat hij Mata Hari al langer verdacht van spionage voor Duitsland. Hij zou haar daarom alleen hebben laten geloven dat ze voor Frankrijk werkte, in de hoop bewijs tegen haar te verzamelen.[62] Bij gebrek aan voldoende bewijs werd Mata Hari vrijgelaten en door de Britse autoriteiten teruggestuurd naar Spanje.[63]

Met de RMS Araguaya kwam ze in Vigo aan, waarna ze in Hotel Ritz in Madrid introk. Ze schreef Ladoux op 15 december dat ze informatie aan de Duitse majoor Arnold Kalle had ontlokt. De Franse kolonel Joseph Cyrille Denvignes adviseerde haar nogmaals met Kalle te spreken. Kalle kreeg argwaan en op 13 december 1916 stuurde hij het eerste van veertien omstreden gecodeerde telegrammen over agent H21. Hij wist dat Frankrijk het bericht kon decoderen. Mata Hari leverde twaalf kantjes over Kalle af aan de Franse ambassade, maar Denvignes ging met de eer strijken en Ladoux kwam er pas later achter dat de informatie van haar kwam. Op 2 januari 1917 was Mata Hari terug in Parijs, in Hôtel Plaza Athénée aan de Avenue Montaigne. Ze vroeg een visum aan om via Zwitserland naar Nederland te reizen. Op 7 februari trok ze in het Élysée Palace Hôtel aan de Avenue des Champs-Élysées. Op 13 februari 1917 werd ze er gearresteerd.

Arrestatie en veroordeling

Spionageverdenkingen

Mata Hari op de dag van haar arrestatie (13 februari 1917)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal. Door haar Nederlandse nationaliteit kon Mata Hari als onderdaan van een neutraal land relatief gemakkelijk internationaal reizen. Op het moment van de oorlogsverklaring aan Frankrijk verbleef ze te Berlijn, waar ze in politieke, militaire en politiekringen verkeerde. Uiteindelijk ging ze naar Frankrijk via het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Haar vele reizen trokken de aandacht, evenals het feit dat ze relaties had met veel hoge militairen. Tijdens gesprekken met functionarissen van de Britse inlichtingendienst verklaarde ze voor de Franse militaire inlichtingendienst te werken. In januari 1917 zond de Duitse militaire attaché majoor Arnold Kalle in Madrid een radiobericht naar Berlijn, waarin hij sprak van waardevolle informatie die hij zou hebben gekregen van een spion met de codenaam H21, ofwel Mata Hari. De 'H' staat voor de Duitser Hauptmann Hoffmann, die spionnen rekruteerde voor Frankrijk.

Het bericht werd verzonden in een code die de Fransen volgens de Duitsers al hadden gekraakt, zodat ze het bericht gemakkelijk konden onderscheppen. Dit is voor sommige hedendaagse historici een bewijs dat het bericht vals was en alleen was bedoeld om de Fransen op het verkeerde been te zetten. Volgens de Franse justitie in 1917 stond Mata Hari onder een rangnummer ingeschreven bij de Duitse spionagedienst en stond ze buiten Frans grondgebied in directe mondelinge verbinding met hooggeplaatste buitenlandse personen en bekende leiders der spionage. Sinds langere tijd zou ze uit Duitsland belangrijke sommen geld hebben verkregen als loon voor door haar verstrekte inlichtingen.[64] Volgens de Franse justitie hielden de autoriteiten haar al twee jaar in de gaten, maar hadden zij onvoldoende bewijs verzameld om haar eerder te arresteren.[65]

Tenlastelegging

De Franse autoriteiten namen de berichten serieus. Op 13 februari 1917 werd Mata Hari in Parijs gearresteerd op verdenking van spionage en verstandhouding met de vijand.[66] Dat was op het moment dat ze voor de tweede maal tijdens de oorlog in Frankrijk kwam. De verhoren duurden twee dagen. Volgens de toenmalige Franse justitie was Mata Hari een gevaarlijke spion. De autoriteiten beweerden dat zij dertig belastende feiten had bekend en dat haar activiteiten veel slachtoffers hadden gemaakt.[39] Ze zou aan Duitse onderzeeërs geheime inlichtingen hebben verschaft en de dood van honderden mannen, vrouwen en kinderen op haar geweten hebben. Een belangrijk onderdeel van de aanklacht was dat Mata Hari zich in 1916 toegang zou hebben verschaft tot een versterkt kamp bij Parijs. Volgens de aanklacht wilde ze daar inlichtingen verzamelen voor Duitsland. Ook werd haar verweten dat ze in Frankrijk en daarbuiten informatie had verstrekt die de militaire operaties van het Franse leger kon belemmeren. Daarnaast werd haar verweten dat ze in den vreemde relaties onderhield met Duitse diplomatieke agenten met het doel om de ondernemingen van de vijand te vergemakkelijken, door hen mededelingen te doen over de binnenlandse politiek van Frankrijk, het offensief en vele andere zaken.[67] Mata Hari, die ten tijde van de oorlogsverklaring te Berlijn in politieke, militaire en politiekringen bekend en thuis zou zijn, zou aldus in dienst van Duitsland hebben gestaan.

Daarnaast zou ze van Duitsland bij herhaling grote sommen geld hebben gekregen in ruil voor de aanwijzingen die ze zou hebben gegeven. De Franse justitie beschuldigde Mata Hari ervan een centrale rol in een spionagenetwerk te vervullen. Ze zou inlichtingen hebben verzameld die haar door talloze agenten waren aangeleverd, van wie de meesten later eveneens werden ontmaskerd. De informatie zou ze langs geheime kanalen naar Berlijn hebben overgebracht.[68] Betreffende haar privéleven sprak de rechtbank onder meer over de ontelbare op hol gebrachte hoofden van Russische bankiers en villa's aan de Rivièra, van invloedrijke vrienden in de politiek, van een zekere beruchtheid in "het Montmartre de la haute nose" en van een aantal andere zaken, die lieten zien dat het niet alleen de "kunst" was, "waaraan Mata Hari haar bekendheid en kortstondige roem te danken had gehad."[69] Mata Hari diende zich op acht punten te verantwoorden:[70]

  1. dat Mata Hari in december 1915 het verschanste kamp van Parijs was binnengegaan om documenten of inlichtingen voor Duitsland te verkrijgen;
  2. dat zij in Nederland, met name in het eerste kwartaal van 1916, via consul Cramer documenten of inlichtingen aan Duitsland had verstrekt die de militaire operaties konden schaden of de veiligheid van militaire locaties in gevaar konden brengen;
  3. dat zij in mei 1916 in Nederland contact had onderhouden met Duitsland, via consul Cramer, met als doel de vijandelijke inspanningen te bevorderen;
  4. dat zij in juni 1916 het verschanste kamp van Parijs was binnengegaan om documenten of inlichtingen voor Duitsland te verkrijgen;
  5. dat zij vanaf mei 1916 in Parijs contact had onderhouden met Duitsland met als doel de vijandelijke inspanningen te bevorderen;
  6. dat zij in december 1916 in Madrid contact had onderhouden met Duitsland, via militair attaché Kalle, met als doel de vijandelijke inspanningen te bevorderen;
  7. dat zij in dezelfde periode in Madrid via Kalle documenten of inlichtingen aan Duitsland had verstrekt die de militaire operaties konden schaden of de veiligheid van militaire locaties in gevaar konden brengen. Het ging om inlichtingen over de binnenlandse politiek, het lenteoffensief, de ontdekking door de Fransen van het geheim van een Duitse onzichtbare inkt en de bekendmaking van de naam van een agent in Britse dienst;
  8. dat zij in januari 1917 in Parijs opnieuw contact had onderhouden met Duitsland met als doel de vijandelijke inspanningen te bevorderen.

Gevangenschap

Mata Hari zat acht maanden gevangen. Na haar arrestatie op 13 februari 1917 door commissaris Priolet werd ze voorgeleid in het Paleis van Justitie op het Île de la Cité en geregistreerd op verdenking van spionage en verstandhouding met de vijand. Haar rechter-commissaris was Pierre Bouchardon, sinds het begin van de oorlog de enige rechter-commissaris aan het Parijse hof van justitie. Zijn chef was kapitein Ladoux, hoofd van de inlichtingendienst van het ministerie van Oorlog.

In 1917 werd het Franse politieke leven beheerst door spionagezaken. De Franse krijgsraad sprak tussen 1916 en 1919 26 doodvonnissen uit. Op de aanklacht antwoordde ze: 'Ik ben onschuldig. Welk spel heeft de Franse inlichtingendienst met mij gespeeld, ik ben in hun dienst en heb slechts gehandeld naar hun instructies!'[71] Ze wilde in het begin geen advocaat en ze raakte van haar stuk toen ze naar de gevangenis werd gestuurd. Er werden foto's van haar gemaakt in haar koetsiersjas. In dezelfde jas was ze een jaar eerder door de schilder Isaac Israëls geportretteerd. Ze werd onder registratienummer 72144625 naar de vrouwengevangenis Saint-Lazare (een voormalig leprozenhuis) overgebracht. Ze sliep er op een stromatras vol luizen op de ijskoude grond van een donkere, bedompte cel. Na haar eerste verhoor werd de beroemde Parijse advocaat maître Edouard Clunet haar advocaat. Ze kende hem al twaalf jaar en hij had eerder haar zaken behartigd. Ze kreeg na een week een lichtere en luchtiger cel en haar eigen linnengoed. Ze schreef brieven naar de gevangenisdirecteur en haar was werd uit haar laatste hotel, Élysée Palace Hotel, opgehaald. Ze schreef ook herhaaldelijk naar de militair gouverneur van Parijs, maar haar verzoek om voorlopige invrijheidstelling werd afgewezen. Tijdens haar acht maanden durende gevangenschap schreef Mata Hari bijna vijftig brieven.

Verhoren

Tussen 13 februari en 21 juni 1917 riep kapitein Bouchardon haar zeventien maal op voor verhoor in het Paleis van Justitie. Tot en met het negende verhoor ontkende ze de tenlastelegging. Ze vertelde dat ze was onderhouden door de Duitser Kiepert, de Fransman Rousseau en de Haagse baron Van der Capellen. Haar advocaat mocht bij oorlogswet alleen bij haar tweede en laatste verhoor aanwezig zijn.

De verhoren namen vier maanden in beslag. Ze schreef voortdurend brieven aan Bouchardon en André Mornet, de officier van justitie. Daarnaast schreef ze brieven om iedereen in haar omgeving op de hoogte te stellen van 'het ongeluk dat mij is overkomen'. De meeste van deze brieven, zoals aan haar dienstbode Anna Lintjens in Nederland, verlieten nooit de gevangenis en zitten nog steeds in haar dossier. Ook een brief aan de Nederlandse consul Otto Bunge werd niet doorgestuurd, omdat Bunge twee eerdere cheques van 5.000 frank had afgetekend, 4 november 1916 en 16 januari 1917, zodat Mata Hari de bedragen kon innen, mogelijk afkomstig van de Duitse 'consul' Carl Cremer (1858-1938) in Amsterdam.[72] Haar roep om hulp werd doorgestuurd naar de Nederlandse gezant in Parijs, Alphonse de Stuers. De Stuers wist al sinds haar aanhouding in Falmouth in november 1916 dat ze onder Britse en Franse verdenking stond. Jonkheer John Loudon was in Den Haag de leidinggevende van De Stuers, die hem telegrafisch op de hoogte bracht van de ontwikkelingen.

Bouchardon vond tijdens de verhoren geen concreet bewijs. Noch de dagrapporten van haar achtervolgers Tarclet en Monier, noch haar koffers leverden iets verdachts op. Er werden geen sporen van chemische stoffen aangetroffen in verband met geheimschrift. De cheques, die consul Bunge had afgetekend, konden ook van baron Van der Capellen afkomstig zijn, zoals ze op 1 mei verklaarde.

Pas tijdens het negende verhoor vroeg Bouchardon haar of ze tijdens de oorlog in Duitsland was geweest. Ze ontkende. Na twee maanden voorarrest was er nog steeds geen concreet bewijsmateriaal. Op 21 april kreeg Bouchardon de telegrammen in handen die de Duitse militair attaché Arnold Kalle naar zijn hoofdkwartier in Berlijn had gestuurd. Daarin werd Mata Hari voorgesteld als geheim agent in Duitse dienst. Ze had Kalle op eigen initiatief benaderd om via Duitsland naar Nederland te reizen, omdat een reis via Spanje en Engeland niet mogelijk bleek. Hoofdaanklager André Mornet verklaarde een halve eeuw later dat Ladoux, chef van de Franse inlichtingendienst, wel degelijk met de gedachte had gespeeld Mata Hari voor zijn dienst in te zetten. Ladoux speelde de onderschepte Duitse telegrammen nu pas door aan Bouchardon. Tijdens het tiende verhoor werd Mata Hari met deze telegrammen geconfronteerd.

Tijdens het elfde verhoor, toen ze op was van de zenuwen, bekende Mata Hari de Duitse agent H21 te zijn. De Duitse consul Cremer had haar in de lente van 1916 thuis in Den Haag bezocht. Hij vroeg haar inlichtingen te verzamelen in Parijs en ze kreeg 20.000 frank in handen. Ze beschouwde het echter als vergoeding voor haar afgezegde optredens in Berlijn of voor haar bontmantels, die in Berlijn geconfisqueerd waren, toen de oorlog met Frankrijk uitbrak.[73][74] Consul Cremer gaf haar daarbij drie flesjes onzichtbare inkt, die ze later weggooide.[73]

De informatie over Frankrijk die ze aan Kalle had verstrekt, was volgens haar van nul en generlei waarde. De van Kalle verkregen informatie over de landing van Duitse troepen en wapens op de Marokkaanse kust, een piloot achter de linies, transport van geheime inkt en de sleutel tot Franse telegrammen, was achterhaald nieuws. Ze had wel geld ontvangen (omgerekend een honorarium van 34.000 frank in acht maanden tijd), maar geen spionageactiviteiten voor de Duitsers ontplooid. Ze had juist al haar middelen en toewijding voor Frankrijk ingezet. Kapitein Ladoux ontkende op Bouchardons kantoor haar te hebben 'ingehuurd'. Hij erkende wel dat hij had gezegd dat informatie uit het Duitse hoofdkwartier over troepenbewegingen hem een miljoen frank waard zou zijn. Volgens Bouchardon stond contact met de vijand bij wet gelijk aan het doorgeven van informatie aan de vijand. Ladoux verklaarde dat de telegrammen niet bewezen dat ze al sinds 1915 door de Duitsers was geëngageerd. Het bewijs tegen de 'spionne' bleef flinterdun.

Parallel aan de verhoren liet Bouchardon contacten en relaties van Mata Hari bij zich komen. Henri Monier, de politie-inspecteur die haar maanden had gevolgd, meldde dat ze tot drie keer toe een scheepsreis had geannuleerd bij de receptionist van het Grand Hôtel, waarna juist die drie schepen werden getorpedeerd. Enkele jaren later zou een van haar rechters daarop beweren dat door haar toedoen '50.000 van onze kinderen' door een torpedoaanval waren verdronken.[75]

Ze bleek met geen van de getuigen over militaire zaken te hebben gesproken. Ook had ze tegenover hen nooit enige sympathie voor de Duitsers getoond.

Kolonel Cyrille Denvignes, de militair attaché van de Franse ambassade in Madrid, aan wie ze in Madrid informatie van Arnold Kalle had doorgegeven, was er 'absoluut' van overtuigd dat Mata Hari voor de Duitse inlichtingendienst werkte. Ze was er op haar beurt van overtuigd dat hij uit wraak getuigde, omdat hij door haar was afgewezen. De tweede belastende verklaring kwam van Jean-Hélie Hallaure, een van Ladoux' agenten. Haar goede oude vriend Henri de Marguerie verdedigde haar echter met volle overtuiging en meldde dat Mata Hari op een dag tot drie keer toe door Georges Ladoux gesommeerd was naar zijn kantoor te komen.[76][h]

Antoine Goubet, directeur van het Deuxième Bureau en superieur van kapitein Ladoux, noemde haar door haar intelligentie, moed en relaties 'de meest gevaarlijke spionne die de Franse inlichtingendienst ooit had getroffen'. Hij had haar weliswaar nooit gezien. Hij verklaarde dat Mata Hari zélf naar de Franse inlichtingendienst was gegaan, 'om zijn eigen dienst voor een openbare flater te behoeden'.[78]

Baron Van der Capellen en dienstbode Anna Lintjens werden niet opgeroepen, omdat Bouchardon van zijn superieuren desgevraagd geen inlichtingen kreeg.

Op 21 juni 1917 was haar laatste verhoor. Op 24 juni stelde Bouchardon zijn 25 pagina's tellende eindverslag op, waarin hij haar 'een geboren spionne' en een 'gevaarlijk wezen' noemde. Hij verklaarde de verdachte 'scrupuleus, glad, onecht en gewend mannen om haar vinger te winden.'[79] Hij verzweeg dat de Duitse inlichtingendienst haar informatie over de Fransen 'onbevredigend' vond. Hij verklaarde Mata Hari expliciet schuldig aan spionage tegen Frankrijk en diende een aanvraag in voor een proces.

Pas na de verhoren, eind juni, werd het nieuws van de arrestatie van Mata Hari op verdenking van spionage naar buiten gebracht. Op 24 juni stond het nieuws al op de voorpagina van Le Figaro.[80][81][82][83] Een dag later verschenen de eerste berichten in de Nederlandse pers.[84][85] Het Algemeen Handelsblad nam haar in bescherming en zag haar gevangenneming als wraakactie van de Amsterdammer Henry Hoedemaker, die aan boord van de Zeelandia van Engeland naar Spanje had opgeschept dat hij haar hut had gedeeld en van haar en public een klap in het gezicht had gekregen. Mata Hari noemde Hoedemaker een 'agent', die aangifte tegen haar had gedaan bij de Franse autoriteiten.[86][87]

De processtukken moesten handmatig worden gekopieerd en Clunet kreeg pas op 17 juli, een week voor het proces, de stukken in handen.

Proces

Mata Hari niet lang voor de executie

Vanuit de gevangenis deed Mata Hari pogingen om de buitenwereld te overtuigen van haar onschuld. Zo schreef ze aan de Nederlandse consul in Parijs: "Ik heb niets misdaan. Mijn internationale betrekkingen zijn het gevolg van mijn werk als danseres en niet anders (...) Aangezien ik werkelijk niet heb gespioneerd, is het verschrikkelijk dat ik me niet kan verdedigen."[88]

Het proces begon op 24 juli 1917. Ze werd voorgeleid voor de Derde Raad van Oorlog in het Paleis van Justitie. Het proces duurde twee dagen. Het proces vond achter gesloten deuren plaats en er werd geen verslag gemaakt.

De mogelijkheden van de verdediging waren beperkt. Volgens de destijds geldende militaire procesregels mocht haar advocaat Édouard Clunet de getuigen van de aanklager niet aan een kruisverhoor onderwerpen en evenmin de getuigen van de verdediging rechtstreeks ondervragen.[89]

Ze werd na een kort proces met algemene stemmen door de derde krijgsraad te Parijs ter dood veroordeeld op beschuldiging van spionage voor de Duitsers en verstandhouding met de vijand. Volgens de Franse justitie hadden de stukken de schuld der beklaagde en de waarde van de inlichtingen, die ze de vijand verstrekt zou hebben, duidelijk aangetoond.[90]

Kapitein Mornet trad op als aanklager en hield het requisitoir. Advocaat Clunet voerde op 25 juli de verdediging. Diplomaat Henri de Marguerie werd door Clunet gehoord.

Na een half uur beraadslagen na Clunets pleidooi oordeelde de commissie alle acht punten bewezen (zie Tenlastelegging),[70] 'niet gehinderd door het ontbreken van voldoende concreet bewijsmateriaal'.[91][92] Mata Hari werd schuldig verklaard aan spionage in dienst van de vijand, met als doel zichzelf te bevoordelen.[70] Mata Hari werd vervolgens unaniem ter dood veroordeeld en daarnaast veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de Franse staat.[93]

Haar advocaat Clunet begon te huilen. Mata Hari zat verbijsterd op haar bankje en herhaalde meerdere keren: « Ce n'est pas possible ! Ce n'est pas possible ! »[93][94] Ze tekende na afloop van het proces voor het verzoek tot herziening en het hogere beroep, verliet met vaste tred het gebouw van de krijgsraad en nam onbewogen plaats in het rijtuig, dat haar terugvoerde naar de vrouwengevangenis van Saint-Lazare.[69] In de hogerberoepszaak mocht Clunet haar niet langer verdedigen. Michel Milhaud werd haar nieuwe advocaat.

Mornet gaf naderhand zijn overwegingen: 'De 'extreem gevaarlijke' Mata-Hari zou de aanvalsplannen van het Franse leger hebben doorgespeeld aan de Duitsers en informatie hebben verschaft aan Duitse onderzeeboten om de geallieerde schepen te kunnen torpederen. Ze was verantwoordelijk voor de dood van talloze Franse soldaten. De beklaagde zou plezier hebben gemaakt 'terwijl onze soldaten hun leven waagden'. Deze 'Salomé sinistre' had gespeeld met het hoofd van de Franse soldaat... Ze was een van 'die bloeddorstige vrouwen die op de achtergrond moordpartijen voorbereiden en zich bedienen van hun schoonheid om bij te dragen aan het destructieve werk van onze vijanden. Deze duivelse en macabere figuren verdienen enkel en alleen de dood.'[91] In feite werden de militaire mislukkingen op het slagveld haar aangerekend.

Ze kreeg een ruimere cel, maar ook twee medegevangenen om een eventuele zelfmoord te voorkomen.[95] Een aangeklaagde werd niet van tevoren op de hoogte gesteld van het moment dat de doodstraf werd voltrokken.

Commissaris Jullien van de Derde Raad van Oorlog deed toch nog onderzoek naar aanvullend bewijsmateriaal, maar dat leverde niets op. Wel hield hij een brief achter, die de bewijslast van de aanklager had kunnen ontkrachten: de brief van dienstbode Anna Lintjens aan haar 'Madame', waarin ze vroeg of 'Madame' de 5.000 frank van de baron had ontvangen.[96]

In augustus 1917 verwierp de Conseil de Revision de aanvraag tot revisie van de uitspraak.[97] De Nederlandse regering droeg haar gezant te Parijs op om, mocht het cassatieberoep van Mata Hari verworpen worden, gratie aan te vragen.[98] De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken had aan Frankrijk gevraagd om de doodstraf in een vrijheidsstraf om te zetten, maar had geen succes met zijn verzoek.[99] Mata Hari zelf had gevraagd of het mogelijk was om persoonlijk bij deze zitting aanwezig te zijn om haar bezwaren en opmerkingen over de rechtskwestie naar voren te brengen, maar dit werd haar geweigerd.[100]

Ze schreef op 2 september naar ambassadeur De Stuers in Parijs. Ze wilde graag dat een gratieverzoek bij de Franse president werd ingediend.

Op 29 september verwierp de Hoge Raad het hoger beroep. Op 30 september stuurde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken John Loudon een formeel gratieverzoek aan zijn collega-minister van Buitenlandse Zaken in Frankrijk, maar dat bleef onbeantwoord. Op 5 oktober richtte ze zelf een gratieverzoek tot de Franse president Raymond Poincaré. Ze schreef dat ze zich in Madrid tot Kalle had gericht, om via Duitsland naar Holland te reizen. Ze wees erop dat ze in Spanje een doorreisvisum van Frankrijk had gekregen. 'Hoe kan een land dat iemand verdenkt van spionage diegene toch een visum verlenen?' Ze schreef dat haar in Berlijn in beslag genomen bontjassen een waarde hadden gehad van 80.000 frank en ze het bedrag dat ze van Cremer had gekregen in Den Haag slechts als schadevergoeding zag. Dit alles overziend begrijpt ze er niets van: 'Ik vraag me dus af welke daad van spionage ik heb begaan, omdat alles wat men mij verwijt in Spanje te hebben gedaan, ik deed voor en met medeweten van de Franse autoriteiten. (..) Ik herhaal dat de Franse militaire autoriteiten me in dienst hebben gehad sinds 15 september 1916 tot 13 februari 1917. Dat ze me ongemoeid Frankrijk hebben laten verlaten op 7 november 1916. Dat ze me vrijgeleide hebben gegeven om terug te keren naar Frankrijk op 5 januari 1917.' Op 13 oktober stuurde ook Clunet nog een gratieverzoek tot de president.

Executie

De avond voor de executie kwam de aalmoezenier op bezoek en schreef ze nog drie briefjes aan haar dochter en twee naaste contacten.

Op de ochtend van haar executie, 15 oktober 1917, werd Mata Hari om tien minuten over vijf gewekt en vervolgens verschenen Pierre Bouchardon, de commissaris rapporteur van de krijgsraad, die het veroordelende vonnis had uitgesproken, de kapitein-griffier die het vonnis las ('Op bevel van de Derde Raad van Oorlog is vrouwe Margaretha Zelle wegens spionage tot de doodstraf veroordeeld'), de directeur van de gevangenis, de advocaat van de veroordeelde, mr. Clunet, en dominee en gevangenisaalmoezenier Jules Arboux. Ook de non Léonide en diplomaat Willem Thorbecke, een Nederlandse regeringsvertegenwoordiger, zouden haar begeleiden.

Mata Hari zelf vertoonde geen of weinig emotie, maar zorgde dat ze zeer goed gekleed was. Ze droeg een blauwe japon, een lange grijze mantel afgezet met kostbaar bont om de schouders, een zijden corsage, opengewerkte kousen en een parelketting om haar hals. Op het met zorg gekapte hoofd droeg ze een grote vilten hoed met kersrood lint. Met een rustige stem had ze gezegd: "Ik ben gereed."[101] Samen met twee nonnen, een pastoor en twee politie-inspecteurs werd Mata Hari in het voertuig geplaatst, dat haar naar de plaats van terechtstelling, de Polygone de Vincennes, bracht. Voordat ze de gevangenis van Saint-Lazare verliet, gaf ze nog een pakje brieven af voor haar verdedigers.[102]

Te Vincennes volgden de gewone formaliteiten van overgave aan het militaire gezag. Ze kreeg daar verlof om twee brieven te schrijven, waarvan één gericht was aan haar in Nederland wonende dochter en vervolgens vertrok de grijze militaire auto naar de plaats der executie.

Aldaar stapte Mata Hari uit en liep, vergezeld door de militaire rechter-commissaris, kapitein Bouchardon, Mr. Clunet en dr. Socquet, die de latere lijkschouwing moest doen, langs de wachtende gelederen van het carré der troepen naar de open zijde daarvan, de paal der executie. Er klonk tromgeroffel en schallende trompetten. Mata Hari weigerde een blinddoek die een onderofficier haar om wilde doen, was doodsbleek maar beefde niet. Zuster Léonide en haar advocaat begeleidden haar naar de paal. Ze gaf beiden nog een hand, wierp een handkus toe aan het vuurpeloton en stak vervolgens haar polsen uit naar de adjudant, om ze te laten samenbinden. Het executiepeloton, twaalf zoeaven onder een officier, plaatste zich tegenover haar, en de geweren werden op haar borst gericht. De officier liet vervolgens om 06.15 u. de punt van zijn degen zakken en er volgde een salvo; Mata Hari was voorover gevallen, terwijl haar lichaam zich nog draaide en haar gezicht zich naar boven richtte. Drie schoten raakten haar lichaam, slechts één haar hart. Adjudant (wachtmeester) Petoy naderde en vuurde het reglementaire revolverschot, de coup de grâce, in de slaap af[101] of door het oor. Omdat niemand haar lichaam had opgeëist na haar dood, werd het stoffelijk overschot van Mata Hari overgedragen aan de medische wetenschap.[103] Volgens verhalen zou het overschot na afloop zijn overgedragen aan het Musée d'Anatomie Delmas-Orfila-Rouviere in Parijs, waar meerdere criminelen gebalsemd en tentoongesteld werden. Volgens The New York Post zou er in 2000, toen er een inventarisatie werd gemaakt van de objecten, geconcludeerd worden dat haar hoofd gestolen was. Dit zou vermoedelijk gebeurd zijn tijdens de verhuizing van het museum in de jaren 1950.[104]

Historische beoordeling

Reacties van tijdgenoten op het doodvonnis

Later werd het doodvonnis heftig bekritiseerd. Ook uit Nederland kwamen protesten. Mede doordat de publiciteit over Mata Hari en haar tragische einde ook na 1917 doorging, heeft Mata Hari's naam over de hele wereld bekendheid gekregen. In een Franse krant stond indertijd over het doodvonnis: "Later zal blijken dat de figuur van deze "hindoedanseres" een der weerzinwekkendste was en dat haar tuchtiging alleszins rechtvaardig is geweest."[65] Een Nederlandse krant schreef: "Reclamehelden, rond zichzelf tollende egoïsten, voor niets terugdeinzend als het gaat om henzelf, al zouden naties ervoor in het ongeluk gestort worden. In lusteloze tijden als vóór de grote oorlog hebben dit soort mensen succes; in grote perioden, als waarin wij thans leven, waarin in de smeltkroes van het wereldgebeuren de mensheid wordt gezuiverd van het schuim, en alleen het zuivere goud overblijft, komt een Mata Hari tot het Judas-einde, dat zij verdiende."[105] De Javapost schreef: "Mata Hari gefusilleerd om spionage in het belang van Duitsland! Wat heeft zij vroeger niet een kabaal geschopt. De slotscène van een onchristelijke tragicomediante."[106]

Journalist Leo Faust schreef in De Hofstad: "Indien we nog enig vertrouwen hebben in het beleid en geweten van de rechters van Mata Hari – en hoe zouden wij eraan kunnen twijfelen – dan is zij viervoudig de dood schuldig. – ofwel zij was zo onbetekenend, zij die de begeerte der mannen en de afgunst der vrouwen was, dat zij slechts ons medelijden verdient, ofwel had zij een aparte moraal, waarbij zij een parelketting en kleding van 800 franks stelde boven een paar maanden verlenging van de oorlog. Aan de lezer om uit te maken of deze laatste mogelijkheid misschien dezelfde is als de eerste. Het is alles wat ik voor Mata Hari tot verontschuldiging kan vinden".[107] Een andere journalist schreef: "Mata Hari heeft als een avonturierster geleefd en is als een avonturierster gestorven. De wereld, die zij in een roes der zinnen heeft gezocht is haar verderf geworden."[108] In een artikel in Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië schreef een journalist: "Als zij verstandelijk meer ontwikkeld was geweest had zij wellicht een grote rol kunnen spelen. Thans is zij op ignobele wijze als een afschuwelijk dier uit het leven gestoten, met afschuw en walging als lijkkleed, met vervloekingen als oraison funèbre; een banale spion!"[39]

Mata Hari's lot werd door haar medestanders wel vergeleken met dat van de door de Duitsers geëxecuteerde verpleegster Edith Cavell. Er waren echter grote verschillen, die ook werden benadrukt en in het nadeel van Mata Hari uitvielen. Anders dan de eerste was Mata Hari een courtisane. Volgens de toenmalige opvattingen behoorde zij tot de Parijse demi-monde, een wereld waarin luxe een belangrijke rol speelde. Zij zou niet meer zonder die luxe hebben gekund en zich door het Duitse geld hebben laten verleiden om het land en volk te verraden dat haar jarenlang gastvrijheid had geboden. In de woorden van een journalist: "één uit de lange rij der vrouwen die gebruikt werden om door haar lichamelijke schoon Franse officieren en andere autoriteiten in haar netten te verstrikken en uit hen te halen wat de Duitse organisatie gebruiken kon; aldus een verrader omwille van het geld, een volk dienend waartoe zij niet behoorde, een natie versjacherend die haar met weldaden overladen had."[109]

Historische beoordeling van de schuldvraag

Tot in de jaren zestig werd Mata Hari algemeen beschouwd als een femme fatale die terecht wegens spionage was veroordeeld. In 1931 had de in Nederland geboren Amerikaanse fotograaf Sam Waagenaar van Zelles voormalige dienstbode Johanna Hubertina Lintjens enkele persoonlijk bijgehouden fotoalbums ontvangen ter voorbereiding op de verfilming met Greta Garbo. In 1963 kreeg hij inzage in een deel van het rechtbankdossier en in zijn boek De moord op Mata Hari (1964) concludeerde hij dat ze niet schuldig was aan spionage voor Duitsland. Nieuwe Duitse documenten die in de jaren zeventig beschikbaar kwamen, toonden echter aan dat ze in 1915 voor de Duitse inlichtingendienst was gerekruteerd. Waagenaar stelde daarop in Mata Hari, niet zo onschuldig (1976) dat ze wel als spion was ingezet, maar geen belangrijke informatie had verstrekt. Ook Jan Brokken droeg met Mata Hari, de waarheid achter de legende (1975, volledig herzien in 2017[110]) bij aan de latere, meer positieve beeldvorming van Mata Hari.[1]

In oktober 2001 vroeg een Nederlandse delegatie uit Leeuwarden, waaronder vertegenwoordigers van de Mata Hari Foundation, de Franse overheid om eerherstel voor Zelle en heropening van de zaak. De delegatie beriep zich op vrijgegeven documenten van de Britse binnenlandse veiligheidsdienst MI5, die volgens haar de stelling ondersteunden dat Zelle niet schuldig was aan de spionage waarvoor zij was veroordeeld, of in ieder geval geen belangrijke dubbelspion was geweest. Een woordvoerder achtte het mogelijk dat zij niet geheel onschuldig was, maar stelde dat er voldoende twijfel bestond over het bewijsmateriaal om de zaak te heropenen. Volgens hem was zij hoogstens een spion van geringe betekenis, die geen belangrijke geheimen aan een van beide kampen had doorgespeeld, en niet de meesterspion door wier informatie duizenden soldaten om het leven zouden zijn gekomen.[63]

Volgens de vrijgekomen Duitse documenten trad Mata Hari in de herfst van 1915 in dienst van de Duitse inlichtingendienst. Tijdens een verblijf in Keulen kreeg ze van majoor Röpell instructies over haar werkzaamheden. Ze moest rapporteren aan de Kriegsnachrichtenstelle West in Düsseldorf, aan de Duitse missie-agent in Madrid, majoor Arnold Kalle, en rechtstreeks aan kapitein Hoffmann, die haar de codenaam H21 gaf.[111]

Recentere biografische literatuur heeft de traditionele voorstelling van Mata Hari als een succesvolle Duitse spion sterk gerelativeerd. Pat Shipman concludeerde in haar biografie Femme Fatale (2007) dat Mata Hari wel geld van de Duitsers aannam en door zowel de Duitse als de Franse inlichtingendienst werd benaderd, maar waarschijnlijk nauwelijks daadwerkelijk spioneerde.[i] Ook Jessica Voeten en Angela Dekker betogen in Moed en overmoed (2018) dat haar executie eerder moet worden begrepen tegen de achtergrond van haar reputatie en de maatschappelijke en politieke omstandigheden van de oorlog. Haar contacten met hoge militairen en ambtenaren maakten haar verdacht, terwijl haar onafhankelijke levensstijl en seksuele relaties haar in de ogen van de Franse autoriteiten tot een bijzonder geschikte zondebok maakten. Volgens deze interpretatie werd ze niet zozeer ter dood veroordeeld vanwege de militaire waarde van de informatie die ze had verstrekt, maar mede om een voorbeeld te stellen en omdat ze als een moreel verdachte, manipulerende en niet-conventionele vrouw gemakkelijk als gevaarlijk kon worden voorgesteld. Haar veroordeling lijkt daarmee eerder te zijn voortgekomen uit een combinatie van beperkte spionageactiviteiten, politieke opportuniteit en gender- en moraalopvattingen dan uit overtuigend bewijs dat ze een belangrijke Duitse spion was.[112]

De veroordeling vond plaats tegen de achtergrond van een ernstige militaire en politieke crisis in Frankrijk. Het mislukte Nivelle-offensief in april 1917 werd gevolgd door grootschalige muiterijen binnen het Franse leger. De krijgsmacht kampte met een sterk verslechterd moreel. Historica Marianne Walle heeft Mata Hari's proces mede in verband gebracht met deze moeilijke politieke en militaire omstandigheden, waaronder de nederlaag bij de Chemin des Dames.[113][114]

Volgens de Canadese historicus Wesley Wark was Mata Hari nooit een spion van betekenis en hadden de Franse militaire tegenslagen niets met haar te maken. In een interview uit 2014 stelde hij: "Ze hadden een zondebok nodig, en zij was een opvallende kandidaat om als zondebok te dienen."[115]

Legende en beeldvorming

Mata Hari droeg tijdens haar leven zelf bij aan haar legende als oosterse danseres. Na haar executie verspreidden zich bovendien gefantaseerde verhalen over haar dood en groeide haar reputatie als spionne en femme fatale. De beeldvorming veranderde opnieuw toen biografen in de tweede helft van de twintigste eeuw het beschikbare bewijsmateriaal opnieuw onderzochten.[1]

Begin van de legendevorming

Greta Garbo en Ramón Novarro in de film Mata Hari uit 1931

Al tijdens het proces begon de legendevorming. In de Amerikaanse krant San Francisco Examiner van 5 augustus 1917 stond onder de kop: "Idol of stage to die as spy" (1917) het nu volgende geromantiseerde en gefantaseerde levensverhaal van Mata Hari.

Haar naam was Marguerite Zelle, dochter van een vermogende Javaanse planter. Zij werd op Java geboren uit een inheemse vrouw en nadat haar vader was gestorven besloot haar moeder het vierjarige kind aan de dienst van Boeddha te wijden. Op deze wijze werd het kind een gewijde danseres der goden. Maar de verbeelding van het jonge meisje was vol van de romantiek naar de westerse wereld. Op veertienjarige leeftijd werd zij naar een groot kerkelijk feest te Birma gebracht, waar zich onder de aanwezigen de Schotse edelman Sir Campbell bevond. Hoewel het gevaar voor beiden groot was ontvluchtten zij deze plaats en reisden voortaan samen in de Brits-Indische bezittingen. Er werden twee kinderen geboren, waarvan er één werd vermoord door de ontslagen tuinman. Mata Hari nam de revolver van haar echtgenoot en schoot de moordenaar door de hersenen; hierop moest zij naar Parijs vluchten, waarheen Sir Campbell haar volgde en later stierf aan verdriet en liefdespijn.[116]

Het beeld dat bij het grote publiek al snel van Mata Hari ontstond, was dat van een exotische danseres die als dubbelspionne gebruikmaakte van haar verleidingskunsten om militaire geheimen van haar vele geliefden te ontfutselen. Het feit dat meteen na haar dood veel mensen twijfelden aan haar schuld, droeg ertoe bij dat Mata Hari wereldberoemd werd. Dit beeld van Mata Hari werd versterkt door de vele verfilmingen van haar leven. Deze films droegen bij aan haar populariteit en versterkten het beeld dat velen al van haar hadden; Mata Hari werd het archetype van de femme fatale.

In een vroege biografische film over haar, Mata Hari uit 1931 met Greta Garbo in de hoofdrol, zijn veel zaken verdraaid of aangedikt om beter aan te sluiten bij het beeld dat veel mensen destijds al van haar hadden. De broers van Zelle protesteerden tegen de productie door MGM en spanden een kort geding aan tegen de vertoning van de film door N.V. Tuschinski, omdat Mata Hari in de film een Russische officier doodt. Volgens de broers zou de echte Zelle dit nooit gedaan hebben: ze stelden dat de film de nagedachtenis van hun zus beledigde.[117][118] De rechter wees hun verzoek om de vertoning van de film tegen te houden echter af.[118][119]

Geruchten over Mata Hari

Over Mata Hari deden talloze geruchten de ronde. Zo zou ze een financier, geparenteerd aan een politicus, die herhaaldelijk minister was geweest, als slachtoffer hebben gehad. Deze financier zou binnen enkele maanden voor Mata Hari zijn vrouw en kinderen tot armoede hebben gebracht en uiteindelijk malversaties hebben gepleegd, waarvoor hij tien jaar gevangenisstraf kreeg. Mata Hari stond aldus bekend als een vrouw die, om haar spilzucht de vrije teugel te kunnen laten, de rijken tot haar slachtoffers maakte en die geen scrupules kende om haar ijdelheid, haar honger naar weelde en al haar impulsen te bevredigen.[108] Geruchten deden de ronde dat ze een zeer kostbare renstal met paarden had bezeten en toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, dit huis verkocht had. Omdat ze niet zou hebben gewild dat haar lievelingsrenpaard in handen zou vallen van de vijand, zou ze het dier met een gouden stiletto in het hart gedood hebben.[34]

Beeldvorming MacLeod

Rudolph MacLeod werd in de latere beeldvorming vaak voorgesteld als een dronkaard en een halve gek (in Het liefdesleven van Mata Hari en haar dood, 1925, door E. Gamez Carillo); ook daarna werd hij voorgesteld als een bruut die het leven van zijn echtgenote tot een hel had gemaakt. Met name Pat Shipman, in Femme Fatale, love, life and the unknown lies of Mata Hari (2007) gaf hem expliciet weer als een jaloerse, drankzuchtige en financieel weinig daadkrachtige lomperik. De vader van Zelle zelf had echter eerder, in 1906, met zijn boek Mata Hari. Mevrouw M.G. MacLeod Zelle, de levensgeschiedenis van mijn dochter en mijn grieven tegen haar vroegere echtgenoot de basis voor al deze negativiteit ten aanzien van MacLeod gelegd. Volgens deze beschrijving speelde financieel belang een rol bij de publicatie; het boek bevatte scherpe beschuldigingen aan het adres van MacLeod.[1]

Nagedachtenis

  • Het gerechtsdossier over Mata Hari werd in 2017 officieel openbaar gemaakt, hoewel het mogelijk al in 2014 online werd gezet door het Franse ministerie van defensie.[120] Delen ervan waren te zien tijdens een tentoonstelling gewijd aan Mata Hari in het Fries Museum in Leeuwarden.
  • De filmprijs van het Noordelijk Film Festival is naar haar vernoemd en heet de Matad'Or, een beeldje ontworpen door Machiel Braaksma.
  • In het Fries Museum is de Mata-Hari-zaal aan haar gewijd.
  • Het Fries Museum bezit twee plakboeken met foto's van de danscarrière van Margaretha Zelle.
  • In Leeuwarden staat op de Kelders 33 een beeld uit 1976 van Mata Hari, schuin tegenover haar geboortehuis, gemaakt door Suze Boschma-Berkhout.
  • In 2013 woedde er brand in panden direct naast het geboortehuis van Mata Hari. Het huis liep grote schade op door hitte, rook en bluswater.[121] Na de sloop van het aangrenzende pand bestond aanvankelijk twijfel over de stabiliteit van de constructie. Uiteindelijk kon het geboortehuis worden gerenoveerd.
  • Aan de westzijde van het Ruiterskwartier in Leeuwarden ligt het Mata Hariplein. Aan de westkant van Leeuwarden ligt het Margaretha Zelle Akwadukt.
  • Echo's van Mata Hari was een 'immersieve installatie', gemaakt door Kroft&Smids, die in het kader van 150 jaar Mata Hari in 2026 te zien was in haar geboortehuis op de Kelders 33 in Leeuwarden.

In de media

Het leven van Mata Hari werd in verschillende landen verfilmd, met onder andere Magda Sonja, Greta Garbo, Zsa Zsa Gábor, Jeanne Moreau en Sylvia Kristel in de hoofdrol. Fie Carelsen (bij haar vijfentwintigjarig jubileum in 1931) en Els van Rooden (bij Toneelgroep Centrum) brachten haar op het Nederlandse toneel tot leven en Josine van Dalsum gaf haar in 1980 gestalte in een vierdelige televisieserie. Er werd zelfs een grote Broadwaymusical aan haar opgedragen.[122]

Mata Hari door Isaac Israëls (1916)

In 2016 maakte choreograaf Ted Brandsen bij Het Nationale Ballet de avondvullende balletvoorstelling Mata Hari met in de titelrol wisselende ballerina's onder wie Anna Tsygankova en Igone de Jongh.[123]

Mata Hari liet zich in 1916 door Isaac Israëls schilderen. Het kunstwerk hangt in het Kröller-Müller Museum te Otterlo. Ze werd ook geportretteerd door de Amerikaanse schilder John Singer Sargent (1856-1925).

Al tijdens haar leven vormde Mata Hari een inspiratiebron voor publicaties van uiteenlopende aard en kwaliteit. Ook na haar dood bleef de belangstelling voor haar leven bestaan. In oktober 2007 publiceerde thrillerauteur Tomas Ross De Tranen van Mata Hari. In dit boek beschrijft hij in zijn kenmerkende fictiestijl de geheimen rond haar dood. Ook is in 2007 het boek Het parfum van Mata Hari van Geertje Gort verschenen. Dit gaat over haar dochter Jeanne Louise (roepnaam 'Non'). Marijke Huisman schreef Mata Hari (1876-1917): de levende legende (1998), deel twee in de serie Verloren Verleden. De Braziliaanse auteur Paulo Coelho schreef in 2016 de historische roman De spion (La Espía) over Mata Hari. Het boek brengt haar laatste dagen in beeld, met vele flashbacks naar haar eerdere leven. Coelho's werk werd een bestseller die in 46 talen werd vertaald. In 2018 verscheen een nieuwe biografie Moed en overmoed. Leven en tijd van Mata Hari, door Jessica Voeten en Angela Dekker.

Herman van Veen schreef in 2004 een theaterstuk over het leven van Mata Hari. De voorstelling Mata Hari - Schuldig of naïef was in diverse Europese landen te zien, waaronder Oostenrijk, België en Duitsland.[124] Het stuk was ook in Frankrijk te zien, onder andere in het Théâtre du Renard.[125] Op 14 oktober 2017, honderd jaar na haar dood, werd in het Fries Museum een expositie over haar leven geopend. Ook de dossiers kregen hier plek.

Films

Series

  • Mata Hari (mini tv-serie 1981)
  • Mata Hari (tv-serie - 2016)

Videospellen

Literatuur

Noten

  1. ↑ Het geboortehuis op de Kelders 33 in Leeuwarden werd op 19 oktober 2013 door een grote brand getroffen.[5]
  2. ↑ Zelf weet Adam Zelle de teloorgang van zijn zaken en het uiteindelijke faillissement aan een samenzwering van de vrijmetselaarsloge De Friesche Trouw. Hij was in 1867 niet toegelaten en is in totaal tweemaal geweigerd. In 1876 publiceerde hij uit wraak de volledige ledenlijst in een pamflet met de tekst: 'Toestand der Loge de Friesche Trouw: TREURIG. Er is geen Vertrouwen, geen Broederschap.'[8]
  3. ↑ Bij het bezoek van koning Willem III in mei 1873 was Adam Zelle vaandeldrager (vaandrig) geweest van de erewacht, die de koning tien dagen vergezelde tijdens diens rondritten.[9]
  4. ↑ Opleiding tot kleuterleidster
  5. ↑ Letterlijk zei ze: "de officier is in mijn ogen een hoger wezen, een held, steeds bereid tot het trotseren van allerlei gevaren en tot het beleven van avonturen."[1]
  6. ↑ Zij werd onderwijzeres en is overleden op 10 augustus 1919 te Velp, op 21-jarige leeftijd.
  7. ↑ 'Non [de dochter] zou tijdens haar puberteit in de brieven aan haar vader herhaaldelijk schrijven over haar huiduitslag, doktersbehandeling en medicijnen. Syfilis hoefde destijds niet tot de dood te leiden, maar genezing zonder behandeling was onmogelijk. Toch was de toen gangbare kwikbehandeling niet zonder gevaar. Het toedienen van een te grote dosis bij kinderen kon leiden tot ernstige ontstekingen aan de keel en in de ingewanden, gepaard gaand met braken, darmkrampen en diarree. Of hier de doodsoorzaak van Norman in lag, hebben Gretha en John niet laten uitzoeken.'[17]
  8. ↑ Spionnenjager kapitein Georges Ladoux werd zelf begin 1918 op beschuldiging van spionage voor de Duitsers gearresteerd. Hij kwam een jaar later vrij.[77]
  9. ↑ Deze informatie kwam in handen van Pat Shipman toen zij nieuw geopende dossiers in Parijs mocht doornemen.

Bronnen

  1. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Huisman, Marijke (2011). Rudolph MacLeod: het zwarte schaap in de levensgeschiedenis van Mata Hari. Biografie Bulletin 21: 38-46
  2. ↑ Zwaap, René (27 oktober 2001). Profiel: Mata Hari. Een Friese lustgodin. Gearchiveerd op 5 december 2020. De Groene Amsterdammer 43
  3. 1 2 3 4 (en) Koopmans, Gerk, Leendert Plaisier (2017). City walk Leeuwarden - Traces of Mata Hari (pdf). Historisch Centrum Leeuwarden. Geraadpleegd op 12 juli 2026.
  4. ↑ Bouwe van der Meulen; Pieter Nieuwland, Voorouders en verwanten van Mata Hari. Genealogysk Jierboek 2017 p. 9 e.v.. Fryske Akademy. Geraadpleegd op 15 oktober 2026.
  5. ↑ Geboortehuis Mata Hari verwoest. NOS Nieuws (19 oktober 2013). Gearchiveerd op 22 april 2023.
  6. 1 2 3 4 Van der Meulen & Nieuwland 2017.
  7. 1 2 3 4 5 6 Kloek 2018.
  8. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 59.
  9. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 41.
  10. ↑ (en) Rosenberg, Jennifer, Mata Hari. About.com. Gearchiveerd op 10 juni 2011.
  11. ↑ Huisman 1998.
  12. ↑ Balbian Verster, J.T.Z., Dames!. Het Nieuws van den Dag (11 februari 1895). Geraadpleegd op 14 juli 2026 – via Delpher. “Een Officier van het O.-I. L., met verlof h. t. l., zoekt in kennis te komen met Jonge Dame of Wed., z. K., van goeden huize, om na nadere kennismaking, Huwelijk aan te gaan. Eenig fortuin wenschelijk. Strikte geheimh. verzocht en verzekerd. Br. met portret (dat stellig wordt teruggezonden) onder lett. N N 40, Nieuws van den Dag.”
  13. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 51.
  14. ↑ Nederland's Patriciaat 59 (1973), p. 201.
  15. ↑ Passagierslijst. Het Nieuws van den Dag (1 mei 1897). Geraadpleegd op 14 juli 2026 – via Delpher. “R. Mac. Leod, echtg. en zuigeling”
  16. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 81.
  17. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 133.
  18. ↑ Brokken 2017, p. 95.
  19. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 143.
  20. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 144.
  21. ↑ Mac-Leod, R., "Waarschuwing.", Het Nieuws van den Dag, 30 augustus 1902. Geraadpleegd op 18 juli 2026. – via Delpher.
  22. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 145.
  23. ↑ Mac-Leod, R., "Waarschuwing", Arnhemsche Courant, 29 augustus 1902. Geraadpleegd op 18 juli 2026. – via Delpher.
  24. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 156.
  25. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 167.
  26. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 170.
  27. ↑ Boonstra, Hanneke, blog mata hari. Fries Museum. Geraadpleegd op 22 augustus 2026.
  28. ↑ (fr) "Le Monde & La Ville", Le Figaro, 28 december 1904. Geraadpleegd op 22 augustus 2026. – via Gallica. “Le 31 décembre, soirée restreinte chez Mme Kiréevsky. On jouera une revue de circonstance du baron de La Tombelle, interprétée par Mlles Kiréevsky, Sigal, Drey et MM. Henry, Rossi, Dallix, Dusautoy, Santoz. Mlle R. du Minil dira des poésies et la célèbre danseuse Mata-Hari de Djélpbor exécutera ses danses si impressionnantes.”
  29. ↑ Ruis, Edwin, Mata Hari: de mythe en het meisje. Historiek (2 oktober 2017). Geraadpleegd op 22 augustus 2026.
  30. ↑ Voeten & Dekker 2018, pp. 172, 182.
  31. ↑ (en) Edward Ross Dickinson (2017). Dancing in the Blood: Modern Dance and European Culture on the Eve of the First World War. Cambridge University Press. DOI:10.1017/9781108164573.002, 'Modern Dance and the Business of Popular Culture'.
  32. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 186, 187.
  33. ↑ "Mata hari", De Sumatra Post, 23 augustus 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  34. 1 2 3 4 5 "Voor de dames.", Rotterdamsch Nieuwsblad, 8 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  35. ↑ Danskostuum van Mata Hari. Fries Museum. Geraadpleegd op 26 oktober 2026 – via Google Arts & Culture.
  36. ↑ Yme Kuiper (1996-12). Mata Hari tussen Proust en Céline: ’s Werelds bekendste Friezin als symbool van een tijd. Fryslân 2 (4): 4
  37. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 208.
  38. 1 2 "Mata-Hari", De Sumatra Post, 24 juli 1906. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  39. 1 2 3 "Mata Hari gefusilleerd", Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 28 november 1917, p. 1-2. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  40. ↑ Brokken 2017, p. 79.
  41. ↑ Brokken 2017, p. 79-84.
  42. 1 2 (fr) Mata Hari. Frans ministerie van Defensie.
  43. ↑ Brokken 2017, p. 96.
  44. ↑ Brokken 2017, p. 112.
  45. ↑ Brokken 2017, p. 102.
  46. ↑ (it) di Melos, Coro, Mata Hari ballò alla Scala nel 1912. Quella sera debuttava anche un’allieva della scuola. Melos (15 oktober 2026). Geraadpleegd op 25 oktober 2026.
  47. ↑ "Voor dames. De nieuwste Mode.", Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 17 april 1915. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  48. ↑ Brokken 2017, p. 119.
  49. ↑ Brokken 2017, pp. 120-122.
  50. ↑ Brokken 2017, pp. 123-124.
  51. ↑ Brokken 2017, pp. 128-130.
  52. ↑ Brokken 2017, pp. 124, 130-131.
  53. ↑ Brokken 2017, pp. 129-130.
  54. ↑ Dekker, Angela, Jessica Voeten (2019). Van een liefde die de winter van 1914-1915 niet overleefde. Fryslân 25 (2): 4-6
  55. ↑ Voeten & Dekker 2018, pp. 309-311.
  56. ↑ (en) PF2917/V1. Mata-Hari. The National Archives. Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  57. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 301.
  58. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 330.
  59. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 327.
  60. ↑ (en) Lukas Grawe (2025). Espionage, Sabotage, Propaganda. German Military Attachés in Neutral Countries and Their Organisation and Tasks During the First World War. Journal of Intelligence History 24 (3): 261-284. DOI:10.1080/16161262.2024.2387982.
  61. ↑ (en) Fortress Falmouth and the First World War. English Heritage.
  62. ↑ (en) Pat Shipman, Why Mata Hari Wasn't a Cunning Spy After All. National Geographic (14 oktober 2017).
  63. 1 2 (en) Stuart Jeffries, "Did they get Mata Hari wrong?", The Guardian, 16 oktober 2001. Geraadpleegd op 26 oktober 2026.
  64. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 16 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  65. 1 2 "Mata-Hari", Nieuwsblad van Friesland, 19 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  66. ↑ "Mata-Hari gearresteerd", Nieuwe Tilburgsche Courant, 27 juni 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  67. ↑ "Mata-Hari ter dood veroordeeld", Algemeen Handelsblad, 1 augustus 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  68. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 17 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  69. 1 2 "Mata Hari", De Sumatra post, 16 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  70. 1 2 3 (fr) Jugement. Ministère des Armées et des Anciens Combattants (25 juli 1917). Geraadpleegd op 10 oktober 2026 "Inculpée: d'espionnage et d'intelligences avec l'ennemi dans le but de favoriser ses entreprises"
  71. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 346.
  72. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 352.
  73. 1 2 Ross 2007, p. 589.
  74. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 356.
  75. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 359.
  76. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 361.
  77. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 378.
  78. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 362.
  79. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 370.
  80. ↑ (fr) "Sous Les Voiles", Le Figaro, 24 juni 1917. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Gallica.
  81. ↑ (fr) Laroche-Signorile, Véronique, "Il y a 100 ans, fraulein Zelle alias Mata Hari était fusillée pour espionnage", Le Figaro, 13 oktober 2017. Geraadpleegd op 18 juli 2026.
  82. ↑ (fr) "La danseuse Mata Hari, espionne, va passer en conseil de guerre", Excelsior, 30 juni 1917, p. 2. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Gallica.
  83. ↑ (fr) "Gazette-Express", La Gazette de Biarritz-Bayonne et Saint-Jean-de-Luz, 27 juni 1917. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Gallica.
  84. ↑ "Mata-Hari gearresteerd", Algemeen Handelsblad, 25 juni 1917. Geraadpleegd op 18 juli 2026.
  85. ↑ "Mata-Hari gearresteerd", Het Nieuws van den Dag, 25 juni 1917. Geraadpleegd op 18 juli 2026. – via Delpher.
  86. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 30 juni 1917. Geraadpleegd op 18 juli 2026. – via Delpher.
  87. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 390.
  88. ↑ Brieven van Mata Hari. Nationaal Archief (17 juni 2011). Gearchiveerd op 14 oktober 2017.
  89. ↑ (en) Alice Myers, France Executes Mata Hari. EBSCO (2021). Geraadpleegd op 26 oktober 2026.
  90. ↑ "Mata Hari", Nieuwe Tilburgsche Courant, 16 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  91. 1 2 Voeten & Dekker 2018, p. 379.
  92. ↑ Ross 2007, pp. 589-599.
  93. 1 2 Loubier 2000, p. 158.
  94. ↑ "Mata Hari", De Sumatra post, 13 september 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  95. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 381.
  96. ↑ Voeten & Dekker 2018, p. 382.
  97. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 19 augustus 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  98. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 20 september 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  99. ↑ "Mata Hari", De Tribune, 19 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  100. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 15 september 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  101. 1 2 "Mata Hari gefusilleerd", Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 28 november 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  102. ↑ "Mata Hari", Algemeen Handelsblad, 16 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  103. ↑ (en) Mata Hari. Find a Grave (5 juli 1999). Gearchiveerd op 1 november 2021. Geraadpleegd op 16 juli 2026.
  104. ↑ (en) Hoffmann, Bill, Mata Hari heads off - Femme fatale's skull swiped from museum. The New York Post (14 juli 2000). Gearchiveerd op 27 oktober 2021. Geraadpleegd op 16 juli 2026.
  105. ↑ "Zoo is het!", Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 29 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  106. ↑ "Algemeen Overzicht", Java-post; weekblad van Nederlandsch-Indië, 26 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  107. ↑ "Het drama Mata-Hari", Nieuwsblad van Friesland, 11 september 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  108. 1 2 "Mata Hari", Nieuwe Tilburgsche Courant, 18 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  109. ↑ "Martelares en courtisane", Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 24 oktober 1917. Geraadpleegd op 16 juli 2026. – via Delpher.
  110. ↑ Brokken 2017.
  111. ↑ (en) Adams, Jefferson (1 september 2009). Historical Dictionary of German Intelligence. Rowman & Littlefield, p. 290. ISBN 978-0-8108-5543-4.
  112. ↑ Gefusilleerd om bijna niets Half open slotje.. NRC (12 april 2018). Gearchiveerd op 15 september 2018. Geraadpleegd op 16 juli 2026.
  113. ↑ (en) Marianne Walle, Mata Hari. 1914-1918-online. International Encyclopedia of the First World War (8 oktober 2014). Geraadpleegd op 26 oktober 2026.
  114. ↑ (fr) Mutineries de 1917. Larousse (2005). Geraadpleegd op 26 oktober 2026.
  115. ↑ (en) Peter Edwards, "Condemned spy Mata Hari glib during final interrogation: MI5 files", Toronto Star, 24 april 2014.
  116. ↑ "Wahrheit und Dichtung. De onware roman van Mata Hari.", Algemeen Handelsblad, 25 september 1917. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Delpher.
  117. ↑ "Proces om de Mata-Hari film", Algemeen Handelsblad, 20 oktober 1932. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Delpher.
  118. 1 2 "De Mata Hari film", De Nederlander, 25 oktober 1932. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Delpher.
  119. ↑ "De film "Mata-Hari". Eischers niet ontvankelijk", De Tijd, 25 oktober 1932. Geraadpleegd op 16 oktober 2026. – via Delpher.
  120. ↑ Morel, Joost, "Dossier Mata Hari eerder openbaar dan termijn van 100 jaar", Trouw, 4 januari 2017. Geraadpleegd op 10 oktober 2026.
  121. ↑ Grote brand in centrum Leeuwarden. NOS (19 oktober 2013). Geraadpleegd op 16 oktober 2026.
  122. ↑ (en) Zolotow, Sam, "MATA HARI' GIVEN ANOTHER CHANCE; Merrick Show That Failed Is Due Off BroadwayDicht slotje.", the New York Times, 4 oktober 1968. Geraadpleegd op 16 juli 2026.
  123. ↑ Schots, Marcelle, Recensie Mata Hari door Het Nationale Ballet. Theaterkrant (10 februari 2016). Geraadpleegd op 16 juli 2026.
  124. ↑ Schra, Emile (2015). Herman van Veen. Nieuw Amsterdam. ISBN 978 90 468 1895 4.
  125. ↑ (fr) Mata Hari de Herman van Veen, mis en scène par Herman van Veen. Billet réduc. Gearchiveerd op 23 maart 2017.
  126. ↑ De vele gezichten van Mata Hari - Exotische danseres, maîtresse, spionne. Andere Tijden (7 september 2017). Gearchiveerd op 18 april 2023. Geraadpleegd op 18 juli 2026.
Zie de categorie Mata Hari van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mata_Hari